Henk Schrik / 2002 / pictures: Henk Schrik
[Wedau - Regatta, Duisburg 18/19 Mei 2002]

18/19 mei, 2002
Wedau-Regatta
Duisburg


Schrale oogst Wedau-Regatta
Vrouwen ongestuurde twee: Tanger/Wegman
Marit van Eupen redt eer op zondag

De druk bezette Wedau-regatta in Duisburg leverde voor Nederland een schrale oogst op. Zowel op zaterdag als op zondag werd in de A-nummers slechts één medaille gehaald. Zaterdag ging die overwinning naar het Okeanos-duo Helen Tanger en Froukje Wegman, in de vrouwen ongestuurde twee.
De tweede dag werd de Nederlandse eer gered door lichte roeister Marit van Eupen (Nereus); zij won de skif wedstrijd vóór de Poolse Mokronowska.
Op niveau werd ook gepresteerd door skiffeur Dirk Lippits (Thêta) en de nieuwe mannen dubbelvier formatie van Jan Klerks. De mannen ongestuurde vier stelde teleur.

En aangezien de Wedau-Regatta ook altijd een redelijke inschrijving kent aan senior-B nummers, namen ook daar enkele Nederlandse ploegen aan deel. Twee overwinningen werden geboekt, Maud Klinkers (Triton) won de lichte vrouwen skif, en Sarah Siegelaar en Annemiek de Haan (Nereus/Skøll) wonnen de vrouwen dubbeltwee.

Ten opzichte van vorige jaren was de equipe enigszins gesaneerd. Daarnaast hadden zich ook nog een aantal andere Nederlandse ploegen in Duisburg gemeld. Het totaal aantal deelnemende Nederlandse ploegen was daardoor kwantitatief toch vrij groot.

Elke wedstrijd(organisatie) heeft zo zijn eigen kenmerken, zo ook de Wedau-regatta in Duitsland. Bij meer dan 18 inschrijvingen gaat men direct over op zes voorwedstrijden, waarvan natuurlijk alleen de winnaars de finale varen. En dan wil het snel gebeuren dat een ongelukkige loting iemands optreden tot de voorrondes beperkt. Zo ging het menige Nederlandse deelnemer, dan wel men kwam op andere wijze nog tekort om een finaleplaats te bereiken.

Boord

Ongestuurd twee
In de kleine boordnummers bleven de meesten Nederlandse ploegen steken in de voorrondes. Dat gold echter niet voor de vrouwen ongestuurde twee. In de voorwedstrijd was het Okeanos duo tweede geworden achter het ervaren Duitse duo Gorr/Hippler. Met name Elke Hippler had zal al eens eerder onderscheiden met zilver in dit nummer tijdens de wereldkampioenschappen in 1999 in Canada. Tanger/Wegman gingen in de finale direct aan de leiding en stonden hun leidende positie niet meer af. Het Duitse duo liet zich verrassen en werd tweede, gevolgd door de Britse ploeg met Carslake/Gough.
Even leek zich de tweede dag hetzelfde recept te herhalen, maar ditmaal lieten de Duitse vrouwen zich toch niet verrassen. Halverwege gingen ze aan de leiding, en sloten de wedstrijd winnend af. De Francaises (afgelopen jaar goud op de Nations Cup) werden nu tweede voor Tanger/Wegman met een derde plaats.

Van de eerste dag moesten we het wel zonder uitslag van de voorwedstrijden mannen ongestuurde twee stellen die op vrijdagavond waren verroeid. De tweede dag waren in elk geval Jos Klinge en Stefan van Dongen (WIII) van de partij, maar hun derde plaats in de voorrondes was onvoldoende voor een finaleplaats. Het was niet zo verwonderlijk dat van alle aanwezig concurrentie de Britten beide dagen overheersten. Matthew Pinsent en James Cracknell toonden beide dagen hun klasse ten opzichte van de overige ploegen. Van de overige ploegen presteerden Landvoigt/Kirchoff (GER) nog het meest constant, met een vierde en een tweede plaats over beide dagen.

Beide Nederlandse lichte mannen twee-zonders bleven ook beide dagen verstoken van een finaleplaats. Zowel Eelke Westra en Michiel van Eupen (Argo), als Michiel vd. Horst en Sjoerd Verhallen (Skadi/Nereus) deden beide dagen een poging, maar slaagden niet. De wereldkampioenen in dit nummer Gearoid Towey en Tony O'Conner (IRL) wonnen de finale op zaterdag. Zij vertelden dit seizoen nog in de ongestuurde twee te blijven, en zich daarna weer op de ongestuurde vier te concentreren met het oog op Athene. Zondags hielden ze het om een of andere reden na 500 meter voor gezien, waarna de Britten Kittoe/English de wedstrijd wonnen; de Britten waren de dag ervoor tweede geworden achter de Ieren.

Ongestuurde vier
In het lichte circuit was een grotendeels uit Thêta-personeel bestaande ongestuurde vier nog niet aanwezig. Thêta had wel een eigen lichte vier afgevaardigd, maar de deelname van deze ploeg bleef beperkt tot de voorrondes. De Denen hadden twee weken eerder in Keulen al gestreden tegen de zware Britten. Nu waren het de Fransen (Olympisch kampioen) die de lakens uitdeelden; zij wonnen beide dagen, voor de op beide dagen van plaats verwisselende Duitse en Poolse vier.

In de zware ongestuurde vier waren de ogen natuurlijk gericht op NED1, de van discipline omgezwaaide mannen Michiel Bartman, Diederik Simon (Nereus), Geert Cirkel (Orca), en de aan het viertal toegevoegde Geert-Jan Derksen (Okeanos). Waren de eerste klappen in de dubbelvier goed raak, in de eerste internationale seizoenswedstrijd in de ongestuurde vier moesten de klappen opgevangen worden. Gerekend tot de elite van het internationaal roeien, kwam het Nederlands viertal zaterdags niet verder dan een zeer teleurstellende vierde stek, op notabene 10 seconden van de winnaars; de schade op zondag was iets beperkter, 7.5 seconden, maar dat leverde niet meer op dan een vijfde plaats in dit altijd hectische nummer. Tijd voor analyse na deze klap, of is dat nog te vroeg?
Beide dagen ging dan ook de aandacht in de finale voornamelijk uit naar de hectische strijd tussen de Britten (West, Williams, Garbett, R. Dunn) en de Duitsers (Thormann, Dienstbach, Stuer, Heidicker). Zaterdag was nog een duidelijk verschil te zien tussen de winnende Britten en de concurrentie, 1.2 seconde verschil. Zondag was zelfs het oog van de camera nauwelijks voldoende om het verschil aan te geven, maar men vond 0.01 seconde verschil in het voordeel van de Duitsers te moeten aangeven.
Naast NedI was er ook NedII (Dries van Dongen, Daniel Mensch, Jan Willem Gabriels, Merwijn Ligtenberg, Proteus, Sauris, Gyas, Laga) in het ongestuurde nummer. Zaterdags hield het viertal in de voorronde goed bij tot de eerste kilometer, maar moest daarna inleveren. Ook zondags zat een finaleplaats er niet in, hoewel de ploeg dichtbij realisatie ervan was. Een furieus eindschot bracht hen uiteindelijk nog tot 1.2 seconde verschil met de derde en finaleplaats van de Roemenen.


Scullen

Licht
Ook bij het lichte scullen kwamen niet veel Nederlandse deelnemers door de voorronden. Zo kwamen op vrijdagavond Dylan vd. Linde, Ronald Backer Dirks, en Dirk-Jan Voorn in 3 voorwedstrijden tekort voor een finaleplaats. Ook in de 6 voorwedstrijden op zaterdagavond konden Dylan vd. Linde en Alwin Snijders zich geen finaleplaats verwerven. Olympisch kampioen in de lichte dubbeltwee, Robert Sycs (POL), won beide dagen de finale.

Mirjam ter Beek (WIII) was onvoldoende fit voor internationale competitie, zij roeide in Amsterdam, en dus was Marit van Eupen de Nederlandse hoop in de lichte vrouwen skif. De Ierse Jennings en de Hongaarse Ramsei zaten elk in een dubbeltwee. Dat was ook het plan van de Duitse Claudia Blasberg (wereldkampioene dubbeltwee), maar haar partner Radünzel was ziek, en dus steeg Blasberg alsnog in de skif. En tegen Blasberg was van Eupen in de finale niet opgewassen (6.5 seconden). De Poolse Mokronowska werd derde. Zondags steeg Blasberg alsnog met een andere roeister in de dubbel. Voor van Eupen was het nu vrij baan, want de Poolse was een gemakkelijke prooi voor haar. Van Eupen werd en bleef op zondag de enige Nederlandse winnaar.

Beide lichte mannen dubbeltweeën bleven ook beide dagen verstoken van een finaleplaats. Noch de combinatie met Tristan Kramers en Finn Borms, noch de combinatie met Alwin resp. Ivo Snijders en Gerard vd. Linden haalden de finale, al was de marge die de laatste twee op zondagochtend uit de finale hield erg klein; 0.2 seconde kwamen ze te kort op de Zwitsers Gier/Lätt. De finale werd beide dagen gewonnen door een Duitse combinatie, Brehmer/Ording en Brehmer/Euler; dit viertal met de Fransen Chapelle/Noreau maakten in dit nummer de dienst uit.

Ook de lichte vrouwen dubbeltwee met Aukje Zuidema en Kirsten vd. Kolk (Skøll/Nereus) bleef beide dagen verstoken van een finaleplaats. De winst ging beide dagen naar het Britse duo Helen Casey en Tracy Langlands voor de Ierse combi met Jennings/Boyle. Op zondag startte wereldkampioene Blasberg wel met Möller in de dubbeltwee (haar wk-partner Radünzel afwezig), en drongen zich nog tussen de Britsen en de Ierse dubbel.

Zwaar
Geen finale was ook het lot van de zware dubbeltweeën beschoren. Bij de vrouwen slaagden noch Melina Bus en Nienke Hommes (Skoll) (beide dagen), noch Femke Dekker en Elien Meijer (Nereus/Orca)(zat.) er in een finaleplaats te bereiken. De finale was bijna vanzelfsprekend voor de Duitse dubbeltwee, met wereldkampioene in dit nummer Kerstin El Qalqili (voorheen Kowalski) en Manuela Lutze (die Kathrin Boron -babypauze-) vervangt.

Bij de mannen dubbelscull probeerden René ten Thije en Julian Hoogland (Euros, Zwolsche) hun beste beentje voor te zetten, maar ook zij konden in dit dubbeltwee geweld nog onvoldoende partij geven. De finale van dit nummer kreeg beide dagen een spannend en verrassend slot. Zaterdags leken beide Duitse ploegen (Willms/Hajek, en Volkert/Geisler) (de Hongaarse wereldkampioenen startten in de dubbelvier) te strijden voor de overwinning, waar echter op de laatste meters aan de buitenkant de Polen Marek Kolbowitcz en Adam Korol kwamen opzetten en beide Duitse ploegen op de meet versloegen. Zondag waren Volkert/Geisler in de voorwedstrijd (alleen met winst naar de finale) verrassend geklopt door de Ukraïners Zaitsev/Gilovshchenk. In de finale waren de Ukraïners ook de andere finalisten verrassend ruim de baas, Willms/Hajek opnieuw tweede, met de Polen nu op een derde plaats.

In de skif ging het beter. Bij de vrouwen, waar de skif nog niet super sterk bezet was, bleef het optreden van Annemiek Klaren weliswaar beperkt tot de voorrondes, Hurnet Dekkers (Skøll) maakte beide dagen wel deel uit van de finale. Olympisch kampioen Ekaterina Karsten (BLR) was zaterdags van de partij en won voor de Britse Houghton, met Dekkers als derde. Zondags won de Britse, maar dit keer bleef ook de Franse Delas (zie ook senior-B) Dekkers voor, opnieuw derde. Dekkers verloor beide dagen nog teveel in de start om de concurrentie bij te blijven en mogelijk in de slotfase te kunnen verslaan.
Dekkers' clubgenoot Matthijs Vellenga moest ook beide dagen genoegen nemen met een bijrol. De eerste dag kwam hij niet verder dan een vierde plaats in zijn voorwedstrijd; zondags weerde hij zich beter, maar kwam 0.6 seconde tekort op de Brit Cottle voor een plaats in de finale.
Dirk Lippits behoorde beide dagen wel tot de finalisten. De eerste dag kon hij wel zijn voorwedstrijd winnen, maar moest in de finale ruim achter Hacker (GER), Cop (SLO), Tufte (NOR), en Spik (SLO) genoegen nemen met een vijfde stek. Zondags plaatste hij zich in de voorronden direct achter Cop in de finale, waarin hij tot een zeer goed resultaat kwam. Dirk Lippits was de lucky winner van de strijd om de derde plaats. Hij wist de Sloveen Iztok Cop 0,02 seconde voor te blijven, met een scherpe tijd van 6.53.47. Marcel Hacker (GER) was dit weekend oppermachtig. Hij won beide dagen met een ruime marge. De Noor Olaf Tufte werd nu tweede.

Dubbelvier
Ook nieuw in het Nederlandse kamp was de mannen dubbelvier. Benjamin Schuuring (Skadi) en Thoms Dirksmeier (Nereus) roeien al enkele jaren samen; hun resultaten op de Nations Cup waren echter niet dusdanig dat van een echte doorbraak gesproken kon worden. Wellicht dat nu met steun van Gijs Vermeulen (Nereus) en Jurrien Rom Colthoff (Triton) onder leiding van Klerks een nieuw elan ontstaat met aansprekende resultaten. De eerste internationale vuurdoop in Duisburg was een goed resultaat. De eerste dag was het aantal boten nog beperkt tot vier. Achter de altijd weer ijzersterke Ukraïners moest het Nederlands viertal nog wel 6 seconden toegeven voor die tweede plaats, ze eindigden echter vóór de Hongaren met de wereldkampioenen in de dubbeltwee aan boord. De Hongaren voeren later een zeer lange 'straf'training, maar de finale op zondag leverde hun geen betere plaats op. Nu hadden voorwedstrijden tot een 6-ploegen finale geleid (tevens waren de Duitsers door drukke beslommeringen in de dubbels niet in staat mee te doen). Ditmaal wist de Nederlandse formatie de schade tot 4 seconden te beperken; de tweede plaats moest echter aan de Russen afgestaan worden, die op ruim een seconde achter de Ukraïners eindigden.

Maar het zal toch niet waar zijn, dat Jutta Lau, DE trainster van het Duitse vrouwen scullen, dit seizoen niet de sterkste dubbelvier formatie op het water krijgt? Zaterdags leek het erop alsof ze met een nieuwe formatie dit seizoen wederom de lakens uitdeelt. Bijna vijf seconden was de voorsprong op de Russinnen gevolgd door de Witrussinnen. Meer de Witrussinnen lijken dit jaar wederom snode plannen te hebben en ook Olympisch kampioen Ekaterina Karsten als troef in de dubbelvier op te nemen. Zondags was dat het geval. De Ukraïnse vrouwen vertrokken snel, gevolgd door Duitsland en Witrusland. Laat kwamen de Witrussinnen op stoom, psseerden de Duitse boot en de Ukraïnse boot, en werden de verrassende winnaars van de vrouwen dubbelvier, een sinds de historische Chinese overwinning in Racice (1993) niet meer voorgekomen uitslag in dit nummer.

Senior-B
Wedau
NL-ploegen
1x
Wedau
NL-ploegen
2-/x,4-/x
Wedau
anderen
1x,2x
Wedau
anderen
2-,4-/x
Foto
serie
Foto
serie
Foto
serie
Foto
serie
In de inleiding schreef ik al dat Maud Klinkers op zaterdag de lichte senior-B skif wedstrijd won. Voor de lichte A-skif op zondag bleef het op zaterdagavond bij het varen van de vorrondes. Ook de winnaars van de senior-B vrouwen dubbeltwee meldden zich voor de zondagse wedstrijd in de A-dubbeltwee. Ook hun deelname bleef beperkt tot de voorrondes.
Naast deze drie scullsters nam Marlies Smulders (Skøll) deel aan de senior-B skifwedstrijd. Hoewel vierde in haar voorwedstrijd kon zij, door manco's in de andere voorwedstrijd toch aan de finale deelnemen. Zij werd tweede achter de snelle Francaise Delas (zie ook vrouwen skif).

Uitslagen:
Deelnemers
Voorw. vrij/zat + finales zat.; voorw. zat/zon + finales zon.


beeldmerk Laatst gewijzigd: